Ophef nieuwe Onteigeningsprocedure Omgevingswet

  • Implementatie algemeen
  • Ruimtelijke Ontwikkeling
  • Wet- en regelgeving
  • 16 maart 2017
  • 1527 BEKEKEN
  • 0 Likes
Lonia Loozeman

Naast het inlijven van allerlei wetten in de Omgevingswet, volgen er enkele omvangrijke onderwerpen middels Aanvullingswetten. Een voorbeeld hiervan is de Aanvullingswet grondeigendom. Deze Aanvullingswet ziet onder meer op het brandbare onderwerp onteigening. De komst van de Omgevingswet zal gepaard gaan met een drastische aanpassing van de huidige onteigeningssystematiek en schrapt daarmee de zelfstandige Onteigeningswet. Overigens brengen de voorgestelde wijzigingen door het kabinet onwenselijke gevolgen met zich en stuitte het voorstel op vele reacties vanuit het werkveld. Hoofdzakelijk het schrappen van de noodzakelijke rechtelijke tussenkomst viel niet in goede aard. Naar aanleiding van mijn onderzoek volgt een aangepaste procedure, welk voorziet in voldoende waarborgen voor rechthebbenden en de rechterlijke tussenkomst garandeert.

De complexe materie is ter verduidelijking weergegeven in een drietal figuren. 

Huidige onteigeningssytematiek

Onder het huidige systeem kan onteigening worden gebruikt om projecten met een groot maatschappelijk belang mogelijk te maken. Indien de overheid niet tot een minnelijke oplossing komt met de eigenaar wiens grond benodigd is, dan kan de overheid de burgerlijke rechter vragen een onteigening uit te spreken en een schadevergoeding vast te stellen. De huidige procedure kan maanden lang duren en stamt uit 1851 en is hiermee verouderd. Tevens is deze procedure in de loop der jaren aangepast door de jurisprudentie. De Onteigeningswet verdient een opfrisbeurt daar zijn we het allemaal over eens. Daarentegen is het roer omgooien wellicht onnodig en onwenselijk.

 

Onteigeningssystematiek onder de Omgevingswet

In het wetsvoorstel Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet verandert de onteigeningssystematiek betreffende de administratieve fase.  De overheid kan hierdoor zelf een onteigeningsbesluit nemen, waar een grondeigenaar in rechte tegen op kan komen bij de bestuursrechter. Dit betreft een overheveling naar de bestuurlijke kolom en facultatieve rechterlijke tussenkomst. 

Kort gezegd: De rechthebbende kan – zonder rechterlijke tussenkomst –  zijn grond kwijtraken indien de grondeigenaar niet tijdig bezwaar maakt. Een lange vakantie en het niet ontvangen van de post of het missen van de publicatie van de onteigeningsbeschikking kan voldoende zijn voor rechthebbenden om hun grond kwijt te raken zonder hiervan op de hoogte te zijn. Eigendom is een fundamenteel recht. De impact op het eigendomsrecht van de nieuwe regeling is dan ook groot.

De voorgestelde procedure stuitte – terecht – op veel kritiek vanuit het werkveld. Het schrappen van de noodzakelijke rechterlijke tussenkomst zal de positie van rechthebbenden onvoldoende waarborgen.

 

Wat betekent de gewijzigde onteigeningssystematiek voor lokale overheden?

Ondanks dat er een plicht tot minnelijke werving onveranderd blijft bestaan, kan de lokale overheid onder de voorgestelde onteigeningsprocedure gemakkelijker en sneller overgaan tot onteigening. De gehele onteigeningsprocedure zal worden ingekort, waardoor gronden sneller beschikbaar worden gesteld en projecten sneller kunnen worden voltooid.

Overigens kent dit fenomeen een keerzijde: blijkens artikel 11.5 van de Aanvullingswet dient er eerst sprake te zijn van een vastgesteld planologisch besluit alvorens er een onteigeningsbeschikking kan worden genomen. Dat is een duidelijke breuk met de huidige situatie. Thans is het mogelijk om bij ‘infrastructuuronteigeningen’ (titel IIa) al een onteigeningsverzoek in te dienen op het moment dat de ontwerpversie van het planologische besluit ter inzage heeft gelegen. Doordat er onder de vigeur van de Aanvullingswet in alle gevallen zal moeten worden gewacht op een vastgesteld planologisch besluit, kan er bij infrastructurele werken pas later worden gestart met de onteigeningsprocedure dan thans het geval is. Hier zal rekening mee moeten worden gehouden in de projectplanning.  Het is overigens wel van belang dat er sprake dient te zijn van een vastgesteld omgevingsplan, alvorens de lokale overheid kan overgaan tot de voorgenomen onteigening.

 

Aanbevolen aanpassingen

Hoewel herziening van de onteigeningssystematiek wenselijk wordt geacht, wijzen de resultaten van mijn onderzoek uit dat een stelselherziening wellicht onnodig/overbodig is. Op basis van de uitkomsten van mijn onderzoek kan worden geconcludeerd dat de voorgestelde procedure aanpassing behoeft alvorens deze inwerking treedt. Deze aanpassingen zijn onder meer wenselijk om de rechtspositie van rechthebbenden voldoende te waarborgen.

Dit is een optionele onteigeningsprocedure waarbij er altijd sprake is van rechterlijke tussenkomst.

Overigens heeft minister Schultz van Haegen gereageerd op de kritieken vanuit het werkveld. Zij heeft in een brief van 20 januari 2017 aangekondigd de onteigeningsprocedure de komende maanden aan te passen en zal hierbij de rechterlijke tussenkomst wederom als een noodzakelijk vereiste inbedden. Hoe de Minister de toegang tot de bestuursrecht gaat inbedden in de voorgestelde onteigeningsprocedure is nog maar de vraag. Desalniettemin volg ik de ontwikkelingen en ben ik benieuwd naar het eindresultaat.

 

Kennen deze aanpassingen (nadelige) gevolgen voor lokale overheden?

Nee, indien de onteigeningsprocedure op aanbevolen wijze wordt aangepast vernemen lokale overheden geen nadelige gevolgen. De snelheid van de procedure kan worden gewaarborgd middels een inkorting van een aantal termijnen gedurende de procedure. De lokale overheid blijft aan zet om over te gaan tot onteigening en hoeft hiervoor niet langer een verzoek in te dienen bij de Kroon. Desalniettemin dienen lokale overheden rekening te houden met het vereiste van een vastgesteld planologisch besluit alvorens er een onteigenings-beschikking kan worden genomen.

 

Meer informatie?

Mocht u naar aanleiding van het lezen van deze publicatie vragen/opmerkingen hebben of bent u geïnteresseerd in het gehele onderzoek, neem dan contact op met Lonia Loozeman,  adviseur Kenniscentrum Omgevingswet via tel. nr: 06 46 78 74 10 of via  e-mail: lonialoozeman@kcomgevingswet.nl.

Lonia Loozeman

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar overzicht