Omgevingswet 2017: durf te experimenteren

  • Dienstverlening
  • Implementatie algemeen
  • Informatievoorziening
  • Organisatie
  • Participatie
  • 21 december 2016
  • 1376 BEKEKEN
  • 0 Likes

Wie wel eens congressen over de Omgevingswet bezoekt, zal het opgevallen zijn: gemeenten gaan op verschillende manieren om met de uitdagingen die de Omgevingswet met zich meebrengt. Sommige gemeenten focussen zich vooral op het overweldigende geheel van de implementatie van de Omgevingswet of op wat nog niet bekend is over de wet. Die gemeenten weten niet waarmee en hoe te beginnen en wachten daarom af, bang om verkeerde keuzes te maken bij de implementatie. Andere gemeenten kiezen voor een heel andere insteek en beginnen gewoon met experimenteren op een klein onderdeel dat voor hen interessant is, zonder van tevoren te weten wat men zal leren van het experiment en welke resultaten het zal opleveren.

Voor een groot deel is deze benadering afhankelijk van het type persoon en organisatie, maar natuurlijk ook van aspecten als de schaalgrootte, financiële mogelijkheden en het (in)formele netwerk van de gemeente.

Onze boodschap voor 2017: durf te experimenteren!
Onze boodschap voor 2017 is: ga aan de slag met de implementatie van de Omgevingswet en durf daarbij te experimenteren! Denk aan pilots op thema’s waarbij de organisatie het meest te winnen heeft. Thema’s als participatie en (technologische) innovatie.

Een voorbeeld is de inzet van drones om toezicht te houden op het gebruik van de leefomgeving. Een keuze voor deze pilot kan gebaseerd zijn op de verwachting dat het aantal vergunningen onder de Omgevingswet zal afnemen, omdat meer activiteiten vergunningsvrij zullen worden. Daardoor zal het zwaartepunt bij toezicht en handhaving komen te liggen. Een ander voorbeeld van een mogelijke pilot is een gemeente die met lokale leefomgevingscoaches of een digitale omgeving gaat werken, om daarmee het meedenken en mede vormgeven van de fysieke leefomgeving door de lokale maatschappij te stimuleren en faciliteren. De Omgevingswet beoogt immers een cultuuromslag. Belangrijk onderdeel daarvan is dat het initiatief voor de inrichting van de leefomgeving meer bij de lokale maatschappij gelegd wordt.

Triple Helix

Triple Helix samenwerking in Nijmegen

De meeste experimenten hebben een groot leereffect en leveren vaak goede praktijkvoorbeelden op, waar alle gemeenten in Nederland van kunnen profiteren. Voor een goed experiment is het raadzaam om samen te werken. Denk aan de ‘Triple Helix’ vorm van samenwerking: overheid, onderwijs en bedrijfsleven bundelen de krachten, wat vaak synergie oplevert.

Een mooi voorbeeld is het project dat de gemeente Nijmegen uitvoert om met behulp van sensoren geluidsoverlast en luchtkwaliteit te meten. Het experiment wordt uitgevoerd samen met o.a. de Radboud Universiteit, Geonovum en bewoners. Het project is voor de gemeente vanuit meerdere invalshoeken interessant:

  1. Het is voor de gemeente een vernieuwende methode om de mogelijkheden van sensordata en ‘Internet of Things’ te onderzoeken en deze data te gebruiken als instrument voor beleidsvorming, monitoring en sturing (het ‘smart city’ concept).
  2. De gemeente komt hierbij uit de traditionele ‘ivoren toren’, want het verzamelen van de data evenals de vertaling van de uitkomsten naar beleidsdoelen vindt plaats samen met inwoners.
  3. De gemeente leert hoe een representatieve groep inwoners betrokken kan worden bij het project om zo het draagvlak te vergroten. Dat is niet gemakkelijk, want over het algemeen zijn blanke mannen van boven de vijftig oververtegenwoordigd in participatieprojecten.

Op deze wijze wordt dus op een aantal terreinen verkend hoe ‘in de geest van de Omgevingswet’ gewerkt kan worden.

Data is de nieuwe olie
Een reden voor een gemeente om ‘data’ centraal te stellen bij een experiment onder de Omgevingswet? Je slaat twee vliegen in een klap! Data wordt gezien als de nieuwe olie in de wereldeconomie. Door bedrijven vanuit financieel oogpunt, maar ook voor overheden heeft data veel te bieden. Gemeenten maken natuurlijk al gebruik van de basisregistraties en open data bronnen zoals Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK). Maar met name Big Data, waaronder sensordata, zullen steeds meer gebruikt gaan worden voor het maken, monitoren en bijstellen van beleid. Maar ook voor het real-time, op afstand monitoren en ingrijpen in de openbare ruimte. Bijvoorbeeld met het oog op openbare veiligheid, zoals bij verkeerssituaties of tijdens evenementen. Daar zijn al gemeenten in Nederland mee bezig.

Toekomstperspectief Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)
Interessante vraag is welke perspectieven experimenten als deze bieden voor de toekomst. Wat als het toekomstige DSO ertoe bijdraagt dat juridisch bestendige (open) data en sensordata over bijvoorbeeld geluidsoverlast en luchtkwaliteit, geplot op een kaart, voor iedereen even beschikbaar, toegankelijk en makkelijk toepasbaar is? Heel mooi, zou je denken. De vraag is of ontwikkelingen als de verbeterde beschikbaarheid en toepasbaarheid van data, een toenemende (digitale) zelfredzaamheid van inwoners en de stimulering van mogelijkheden tot inwonerparticipatie geen keerzijde hebben. Kan dit leiden tot een toenemende ‘niet in mijn achtertuin-problematiek’ met de Omgevingswet, waarbij de overheid nauwelijks meer aan ‘beleid maken’ toekomt maar vooral als mediator zal moeten optreden?

Meer weten?
Wilt u het gesprek aangaan over dit artikel? Dan kunt u contact opnemen met Roald Schel, adviseur van het Kenniscentrum Omgevingswet, via tel. nr. 06 28 42 18 62 of via e-mail: roaldschel@kcomgevingswet.nl.

Bronnen

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar overzicht