Minister Schultz teruggefloten op gewijzigde onteigeningsprocedure

  • Wet- en regelgeving
  • 2 oktober 2017
  • 571 BEKEKEN
  • 0 Likes
Lonia Loozeman

In eerdere blogs schreef ik over de vernieuwde onteigeningsprocedure met de komst van de Omgevingswet. Het huidige onteigeningsrecht zou volledig worden omgeturnd tot een versnelde procedure waarbij de rechtsbescherming van grondeigenaren aanzienlijk in het gedrang zou komen. Om die reden komt de minister terug op haar rigoureuze plannen en voorziet met het nieuwe wetsvoorstel in voldoende rechtsbescherming voor grondeigenaren in geval van onteigening.

Nieuwe versie: rechterlijke toetsing onteigening
Op de eerste versie van die Aanvullingswet had de Raad stevige kritiek, omdat daar de rechtsbescherming van grondeigenaren niet goed was geregeld. De minister stelde daarin voor dat de rechter pas zou toetsen, als de grondeigenaar zelf in beroep zou gaan tegen de onteigening. Iemand die niet goed thuis is in juridische procedures zou daardoor de kans lopen ongemerkt zijn eigendom te verliezen, nadat de termijn van in beroep gaan verstreken was. Grondeigenaren worden in het herziene wetsvoorstel over onteigening van grond beter beschermd dan in het eerste wetsvoorstel. De rechter toetst nu in alle gevallen de beoogde onteigening. Tot die conclusie komt de Raad van de Rechtspraak in een advies aan de minister van Infrastructuur en Milieu Melanie Schultz van Haegen. In de Omgevingswet is een Aanvullingswet opgenomen, waarin regels voor onteigening van grond zijn opgenomen. Onteigening kan noodzakelijk zijn om projecten met een groot maatschappelijk belang – bijvoorbeeld het realiseren van snelwegen of spoorlijnen – mogelijk te maken. Als een grondeigenaar hoe dan ook zijn grond niet wil verkopen, kan uiteindelijk het maatschappelijk belang groter blijken te zijn dan het individuele belang van de grondeigenaar.

Verbetering:

Een belangrijke verbetering ten opzichte van het oorspronkelijke Wetsvoorstel is de invoering van een verplichte rechterlijke toets. Nadat de vastgestelde onteigeningsbeschikking bekend is gemaakt en ter inzage is gelegd, moet het bestuursorgaan de bestuursrechter verzoeken om de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen. Belanghebbenden kunnen hun bedenkingen tegen de onteigening kenbaar maken bij deze rechter. De rechtbank beoordeelt op basis van deze bedenkingen en een wettelijk vastgestelde basistoets of de onteigening plaats mag vinden. De basistoets moet echter in alle gevallen worden uitgevoerd, dus ook wanneer er geen bedenkingen kenbaar zijn gemaakt. Tegen de uitspraak van de bestuursrechter staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Kortom, in de nieuwe versie van het wetsvoorstel is geregeld dat een rechter altijd een onteigening toetst. Door deze aanpassing zijn er geen zwaarwegende bezwaren meer tegen het huidige voorstel, schrijft de Raad in het wetgevingsadvies. De aanpassingen van de onteigeningsprocedure liggen in lijn met het voorstel welke ik aandroeg in mijn onderzoek. 


Zijn we er dan? Kleine aanpassingen nodig

Toch zijn er nog wel enkele kleine aanpassingen nodig, volgens de Raad. Zo is onder andere het begrip ‘belanghebbende’ niet duidelijk genoeg omschreven in de wet.

Meer weten?

Mocht u naar aanleiding van het lezen van deze publicatie vragen/opmerkingen hebben neem dan contact op met Lonia Loozeman,  adviseur Kenniscentrum Omgevingswet via tel. nr: 06 46 78 74 10 of via  e-mail: lonialoozeman@kcomgevingswet.nl.

Raadpleeg de andere blogs in het kader van de onteigeningsprocedure:

Ophef nieuwe Onteigeningsprocedure Omgevingswet

Opnieuw opspraak over onteigeningsprocedure Omgevingswet

Lonia Loozeman

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar overzicht