DSO-beheerders gezocht

  • Implementatie algemeen
  • Informatievoorziening
  • Organisatie
  • 5 april 2022
  • 397 BEKEKEN
  • 0 Likes
Jorn Berentsen

De inwerkingtreding van de Omgevingswet zal grote gevolgen hebben voor het applicatielandschap van gemeentes. Het VTH-pakket moet in veel gevallen worden veranderd om aanvragen vanuit het DSO te kunnen ontvangen. Het systeem voor de bestemmingsplannen maakt plaats voor een nieuw systeem dat omgevingsplannen kan maken op basis van de STOP-TPOD standaard.

Daar komt nog bij dat er een nieuwe taak bij gemeentes is beland; het maken van toepasbare regels. Ook hier is een applicatie nodig die dergelijke vragenbomen kan opstellen en uploaden naar het DSO. Deze drie applicaties vullen elkaar aan en komen samen in het DSO. Kortom; het applicatielandschap wordt door deze interactie en afhankelijkheid complexer dan het momenteel is.

DSO-beheer: regie en samenhang nodig

Die complexiteit leidt tot een behoefte aan kennis om niet alleen het scala aan applicaties te beheren, maar ook om de verschillende onderdelen van de Omgevingswet samen te brengen. Er is regie nodig over het DSO en de functionele samenhang tussen applicaties. Hiervoor is een nieuwe vorm van beheer nodig. Vakinhoudelijke kennis alleen is namelijk niet voldoende; hetzelfde geldt voor technische kennis. De missing link is de schakel daartussen: de DSO-beheerder. Hij of zij snapt de problematiek van de gebruikers inhoudelijk en is in staat zijn dit te communiceren naar de leverancier.

Mensen in deze rol zijn dus bedreven functioneel applicatiebeheerders voor VTH, plansoftware en toepasbare regels. Daarnaast weten ze voldoende van de Omgevingswet in de breedste zin van het woord. Het voordeel voor de organisatie is dat er iemand is die de ontwikkelingen van het DSO nauwlettend volgt, de gebruikers hierover informeert en dit kan vertalen in processen en verschillende systemen. Dit is een belangrijke taak, omdat er momenteel veel veranderingen plaatsvinden in het DSO. Vermoedelijk zal dit niet alleen in het beginstadium van de inwerkingtreding van de Omgevingswet zo blijven.

Ketentesten bieden inzicht

Een situatie waar de rol van DSO-beheerder goed naar voren komt, is het uitvoeren van een ketentest. De Omgevingswet is een groot project met consequenties voor verschillende onderdelen. Ik heb gemerkt dat organisaties het lastig vinden om te onderbouwen of ze klaar zijn voor de inwerkingtreding van de wet of niet. De argumentatie is vaak vaag en abstract.

Een concrete, duidelijke manier om het te meten is de ketentest. Er worden over het algemeen twee soorten ketentesten onderscheiden: technisch en functioneel. In de eerste variant kijkt men of de flow van de DSO-keten werkt. Interacteren de plansoftware, de toepasbare regelsoftware en de VTH-software zoals het hoort? Daarnaast kan je de samenwerking met ketenpartners testen.

In de tweede variant, de functionele test, wordt inhoudelijk gekeken of de keten werkt aan de hand van een casus of het doorlopen van processtappen. Hiervoor zou je enkele toepasbare regels kunnen opstellen die moeten aansluiten bij de (toekomstige) realiteit. Ook kan er een klein omgevingsplan worden opgesteld. Ten slotte doorloop je het aanvraagproces en kijk je of de onderdelen op zichzelf staand kloppend zijn en beoordeel je of de samenhang correct is.

Ook kan je met een functionele test de samenwerking met ketenpartners testen. Hiervoor kan je een casus opstellen waar de gemeente advies vraagt aan bijvoorbeeld een Omgevingsdienst. Het advies is om een zo realistisch mogelijke casus op te stellen, zodat er gedegen getest wordt. Ik raad aan een casus uit het verleden te pakken. Dit scheelt werk en is meteen een realistische casus.

Mijn eigen ervaringen

Zelf heb ik de gemeente Drimmelen en Utrechtse Heuvelrug als DSO-beheerder mogen ondersteunen met de ketentest. Deze testen waren allebei technisch van aard en we hebben geconstateerd dat veel al werkt. Toch waren er ook enkele stappen die niet werkten, doordat de techniek nog niet zo ver was of omdat er onduidelijkheid was. Vooral de exacte samenhang tussen de plansoftware en de toepasbare regels is vaak lastig exact uit te leggen.

Daar ligt een rol voor de DSO-beheerder. Uit alles wat niet werkt, zou een actie voort moeten komen. Hoe kan het dat dit nog niet werkt? Is het gebrek aan kennis? Is het de techniek? In dat geval; ligt het aan het DSO of aan de leverancier? Het is de taak van de DSO-beheerder om opvolging aan de openstaande punten te geven. Hij of zij kan onderzoeken hoe de vork in de steel zit of kan meldingen doen bij de juiste leverancier.

Deze testen waren, naast het feit dat ze interessant waren, heel belangrijk. Door simpelweg te doen, kom je erachter wat technisch werkend is en wat niet. Nog belangrijker; je komt erachter wat je niet weet en leert de juiste vragen te stellen. Ik raad overheidsinstanties dan ook van harte aan om een dergelijke test te organiseren. Begin met een technische test en denk daarna na over hoe de functionele test eruit zou moeten komen te zien.

Meer weten?

Mocht je geen idee hebben waar te beginnen, kijk dan ook eens op de website van de VNG. Je kunt natuurlijk ook met mij contact opnemen: Jorn Berentsen, adviseur bij Telengy, j.berentsen@telengy.nl of 06 21 95 84 22.

Jorn Berentsen

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar overzicht