De bestuurder als ‘acrobaat’

  • Bestuur & Management
  • Implementatie algemeen
  • Organisatie
  • Ruimtelijke Ontwikkeling
  • 28 november 2016
  • 1130 BEKEKEN
  • 0 Likes

Onlangs kwam ik op de website van de gemeente Raalte de vacature van Programmamanager Invoering Omgevingswet tegen onder de pakkende titel: “Gemeente Raalte zoekt acrobaat”. De term ‘acrobaat’ is treffend temeer omdat je als programmamanager soepel moet schakelen tussen meerdere rollen: organiseren, stimuleren, faciliteren en verbinden met andere ontwikkelingen die met de invoering gepaard gaan. Het is een invoering die alle beleidsinstrumenten beslaat en invloed heeft op processen en werkwijzen. Rode draad is hoe een gemeentelijke organisatie een beweging kan maken naar een nieuw tijdperk in het fysiek-ruimtelijk domein en hoe gaan we als gemeente en relaties elkaar straks benaderen en waarderen, aldus de vacature tekst. Duidelijk een schaap met vijf poten!

Maar hoe schakel je als bestuurder? Is de bestuurder eveneens ‘acrobaat’ maar dan op een ander echelon? Wat wordt in het licht van de Omgevingswet zijn rol in relatie tot de gemeenteraad, inwoners en ondernemers? Hoe moet hij omgaan met nieuwe vormen van participatie? Loslaten of sturen? Het zijn vraagstukken die richting de raadsverkiezingen van 2018 wel degelijk in ogenschouw moeten worden genomen. Het vraagt om andere competenties in het licht van de toekomstige portefeuille RO annex de verdeling van de overige portefeuilles in een toekomstig College. De vergelijking gaat hierbij op met de drie decentralisaties in het sociaal domein. Ook dat vroeg en vraagt om veelal vakinhoudelijke bestuurders met affiniteit in het genoemde domein. Bij de vorming van de lokale bestuurscoalities in 2014 speelde deze discussie ook; dat maakte dat tijdens het constituerend beraad (het beraad waarin de portefeuilles worden verdeeld) andere, meer inhoudelijke afwegingsfactoren in plaats van persoonlijke factoren een rol gingen spelen. De bestuurder van morgen die verantwoordelijk is voor de Omgevingswet dient evenals de programmamanager over acrobatische vaardigheden te beschikken en wel vanuit diverse perspectieven: allereerst vakinhoudelijk en integraal als sparringpartner van de ambtelijke organisatie, ten tweede netwerkend en ten derde communicatief.

Vakinhoudelijk en integraal

De RO-portefeuille in de praktijk van alledag beslaat grotendeels het opstellen, wijzigen en vaststellen van bestemmingsplannen. Dat gaat meestal via een vast stramien van inspraak en zienswijzen om te komen tot de uiteindelijke vaststelling in de raad. Andere RO-gerelateerde onderdelen als het realiseren van een structuurvisie of handhaving in het licht van de Wabo horen hier ook bij. De Omgevingswet vraagt feitelijk om een allround bestuurder, oftewel een persoon die zich een integraal beeld over de fysieke leefomgeving kan vormen. Een beeld waarin ook andere dan alleen ruimtelijke elementen worden meegenomen zoals: economie, sociaal maatschappelijke componenten, etc., zeker waar het betreft de realisatie van een omgevingsvisie. Moet de betreffende bestuurder alles tot in detail weten? Nee, natuurlijk is er ook een ambtelijke organisatie aanwezig met vakspecialisten op ieder gebied ter ondersteuning van de bestuurder. Echter, het is wel diezelfde bestuurder die tunnelvisie moet voorkomen en intern tussen beleidsgebieden moet schakelen soms dwars door portefeuilles van collega bestuurders. Feitelijk is hij een soort van super programmamanager op bestuurlijk niveau. Ervaring in het aansturen van integrale projecten met een sterke ruimtelijke component vormt een belangrijke competentie voor de samenstelling van een nieuw bestuurscollege in 2018.

Netwerken

De bestuurder als netwerker en in vele gevallen ‘trekker’ of boegbeeld van de invoering van de Omgevingswet, is een evenzo belangrijke competentie. Zo zijn bij de totstandkoming van de omgevingsvisie veel belanghebbende partijen betrokken, uiteenlopend van buurgemeenten tot de provincie en van omgevingsdiensten tot waterschappen. Los van de integrale interne aanpak dient de bestuurder ook met diverse ketenpartners tot interbestuurlijke afspraken te komen. Dat valt of staat bij het in beeld hebben van hoe ver iedere ketenpartner is met de eigen invoering van de Omgevingswet en welke rol zij voor zichzelf ziet weggelegd in de realisatie van een omgevingsvisie. Het is daarom aan te raden dat bijvoorbeeld vanuit de gemeente een doorlichting of audit van de interbestuurlijke samenwerking plaatsvindt opdat een duidelijk beeld voor de bestuurder wordt geschapen van het krachtenveld waarin hij dient te opereren. Het vormt de basis van waaruit de bestuurder annex ‘trekker’ zijn netwerkvaardigheden kan aanwenden om alle partijen met de neuzen dezelfde richting op te laten wijzen.

Communicatie

Het adagium van de Omgevingswet is van: ‘nee, mits…’ naar ‘ja, tenzij…’. We gaan de slag maken naar minder regels, gebiedsontwikkeling op basis van initiatieven uit de markt en een overheid die slechts beperkt is tot het maken van kaders. Het draait in de Omgevingswet om vertrouwen tussen overheid, ondernemers en burgers. Meer vrijheid, meer flexibiliteit en minder zicht op wat komen gaat. Ook de gemeenteraad krijgt in deze een andere rol. Zij zit veel meer aan de voorkant en heeft een prominente rol in het proces van ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Zo stelt ook raadslid Sjors Slaats uit Waalwijk (VNG Magazine – 4 november 2016). Nieuwe vormen van participatie, zoals in Zaanstad gebeurt met de invoering van het Burenakkoord en nadenken over hoe wij inwoners en anderen kunnen betrekken bij het maken van keuzes over de fysieke leefomgeving, is een vraagstuk waar ook een bestuurder rekening mee moet houden.

Hoewel de Omgevingswet op de rol staat voor 2019 is het van belang om de relatief ruime voorbereidingstijd goed te benutten om de gemeenteraad in het traject mee te nemen. En tegelijk ook na te denken over welke competenties een toekomstig bestuurder in 2018 (gemeenteraadsverkiezingen) nodig heeft om in een bestuurscollege de invoering van de Omgevingswet te trekken.
Dat vraagt (bijna) om een ‘vakwethouder’ of een ‘super programmamanager’ die apolitiek bestuurlijk verantwoordelijk wordt gesteld voor een soepele invoering van de Omgevingswet. Iemand met integrale projectmanagement ervaring in het fysieke domein, een netwerker pur sang en communicatief goed onderlegd om in het voortraject met raad, inwoners en ondernemers op te trekken.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Cees Roem via ceesroem@kcomgevingswet.nl, expert van het Kenniscentrum Omgevingswet op het gebied van samenwerkingsverbanden, bestuurlijke advisering en procesinrichting.

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar overzicht