Gemeentelijke Digitale Stelsels Omgevingswet: er is nog veel te doen!

  • Informatievoorziening
  • 3 maart 2020
  • 511 BEKEKEN
  • 0 Likes
Hein Corstens

Door Hein Corstens en Dirk Moree

Een drieluik over data, processen en applicaties met in dit artikel de focus op gebruik van data bij de Omgevingswet.

Omgevingswet en informatievoorziening

Beleidscyclus Omgevingswet

De invoering van de Omgevingswet moet een goed functionerende beleidscyclus opleveren (zie figuur 1). Deze invoering gaat gepaard met een enorme digitaliseringsslag door de invoering van het Digitaal Stelsel Omgevingswet ofwel het DSO.

 

 

 

 

 

 

Een eerste zorg voor gemeenten is een adequate aansluiting van de informatievoorziening op de beleidscyclus (zie figuur 2). Hiervoor gelden de volgende standaarden:Aansluiting op de beleidscyclus volgens standaarden

  • STOP/TPOD: Standaard Officiële Publicaties/ Toepassingsprofiel Omgevings­wet­besluiten)
  • STTR: Standaard toepasbare regels
  • STAM: Standaard aanvragen en melden
  • SWF: Samenwerkingsfunctionaliteit

 

 

 

 

Daarnaast dient de gemeente er vooral voor te zorgen dat data en applicaties zijn afgestemd op de behoeften van de Omgevingswet (zie figuur 3).Samenhang data, applicaties en processen

 

 

 

 

 

 

 

 

Het geheel van data en applicaties dient te gaan werken als een GEMEENTELIJK STELSEL. Figuur 4 geeft daarvan een schetsmatig beeld.Schets van een gemeentelijk stelsel Omgevingswet

Er zijn nog veel acties nodig om tot zo’n stelsel te komen. In de praktijk constateren wij als belangrijkste:

  1. periode tot 1-1-’21

Op de VNG-site staat een overzicht  van de minimale acties die voor 1-1-2021 uitgevoerd moeten zijn. Voor de ICT is het belangrijkste dat de twee primaire applicaties moeten aansluiten op het Digitaal Stelsel Omgevingswet: de applicaties voor VTH (Vergunning, Toezicht, en Handhaving) en voor het Omgevingsplan. Daarbij moet ook rekening gehouden worden met de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb), inclusief de invloed daarvan  op de legesverordening. Verder is aansluiting op de Samenwerkingsruimte in het DSO van belang voor de samenwerking tussen gemeenten en ketenpartners zoals Omgevingsdiensten en Veiligheidsregio’s/GGD-en.

  1. periode 1-1-’21 tot 1-1-’29

  • Specificatie van omgevingswaarden en verwerking ervan in het omgevingsplan.
  • Integreren van alle regels – vanuit bestemmingsplannen, gemeentelijke verordeningen en regels vanuit het Rijk (de ‘bruidsschat’) –in één gebiedsdekkend digitaal plan, dat voldoet aan de standaarden; (zie ook het artikel over annotaties.
  • Geometriekoppeling van omgevingsvisie en omgevingsplan.
  • Opstellen van programma’s inclusief het bepalen van de wijze waarop deze vastgelegd en bijgehouden worden.
  • Operationaliseren van criteria voor monitoring en evaluatie; bepalen van de bij te houden gegevens en de ondersteunende applicaties.

In dit eerste deel van een serie van drie artikelen gaan we wat nader in de op de data-aspecten. In twee volgende delen komen achtereenvolgens de applicatie- en procesaspecten aan de orde.

Data-aspect

Voor alle processen van de beleidscyclus zijn veel data nodig (zie figuur 4). In de huidige praktijk zijn deze data bij de meeste gemeenten opgeslagen in een groot aantal gegevensverzamelingen, te onderscheiden naar:

  • basis- en kerngegevens;
  • sector- en procesgegevens;
  • secundaire gegevensverzamelingen, zoals gegevenspakhuizen.

De Omgevingswet vraagt om toegesneden informatieproducten, te maken uit die gegevensverzamelingen. Om die informatieproducten te realiseren dienen de gegevens te voldoen aan kwaliteitscriteria zoals consistentie, volledigheid en actualiteit. Onze bevindingen bij diverse grote én kleine gemeenten zijn:

  • Voor een deel van de gegevens wordt wel aan die criteria voldaan, bijvoorbeeld de basisregistraties. Maar van het grootste deel van de gegevens is de kwaliteit ófwel onbekend ófwel onvoldoende. Veel sector- en procesgegevens zijn nog ongestructureerd.
  • In de beleidspraktijk wordt in deze veelal ad hoc gewerkt: er wordt een ruimtelijk plan gemaakt en op dat moment worden gegevens verzameld en gecombineerd. De Omgevingswet vraagt om een structurele verandering van deze werkwijze: om de beleidscyclus te sluiten is er permanent een volledig en consistent model nodig van de omgeving op en nabij het gemeentelijk grondgebied; tegenwoordig noemen we zo’n model een ‘digital twin’.
  • Gegevens en applicaties zijn verweven; gegevens zijn daardoor niet onafhankelijk van de applicaties te benaderen.
  • Gegevens die eigenlijk bij elkaar horen zijn verspreid opgeslagen in een diversiteit aan dossiers.

Praktisch gesproken zijn maatregelen:

  • Zorg dat de basisregistraties op een gecoördineerde manier worden onderhouden.
  • De beleidsmakers dienen concreet informatiebehoeften aan te geven, waarop ingespeeld kan worden met informatieproducten. Hiertoe behoort het operationaliseren van criteria voor monitoring en evaluatie en het bepalen van de bij te houden gegevens en de ondersteunende applicaties.
  • Zorg voor maximaal één gegevensmagazijn.
  • Richt gegevensmanagement in. Begin met een adequate registratie van alle gegevens die gebruikt en/of bijgehouden worden (behandel gegevens als een ‘asset’; zie ook een eerder verschenen artikel over gegevensmanagement).
  • Koppel gegevens los van applicaties (in relatie tot de landelijke ontwikkeling van een Common Ground).
  • Stel een kwaliteitsraamwerk op (een set van criteria zoals nauwkeurigheid, actualiteit, enz.), toets de gegevensverzamelingen daaraan en neem op basis van de resultaten daarvan maatregelen voor kwaliteitsverbetering.

Werkplan

Er is nog veel te doen! Daarom is het belangrijk snel tot actie over te gaan op basis van een strak werkplan. Bijvoorbeeld zoals de auteurs van dit artikel dat voor de gemeenten Zoetermeer en Bergen (L) hebben opgesteld.

Meer informatie?

 

Hein Corstens

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar overzicht