De betekenis van Bouwwerk Informatie Modellen voor de Omgevingswet

  • Implementatie algemeen
  • Informatievoorziening
  • Pilots
  • Ruimtelijke Ontwikkeling
  • Vergunning, Toezicht & Handhaving
  • 6 juli 2018
  • 1258 BEKEKEN
  • 0 Likes
Hein Corstens

De Omgevingswet bundelt en moderniseert in één wet alle wetten voor de leefomgeving. Maar de leefomgeving gaat natuurlijk ook over specifieke bouwwerken die onderdeel uitmaken van die leefomgeving. Maar wat weten we eigenlijk van die bouwwerken? En hoe kunnen we die informatie optimaal inzetten. Een Bouwwerk Informatie Model of BIM kan daarbij helpen.

Wat is een BIM?

Een BIM – Bouwwerk Informatie Model – is een elektronisch model, waarin de informatie over een bouwwerk is opgeslagen:

  • voor alle betrokken partijen en disciplines;
  • m.b.t. ontwerp, bouw en/of beheer;
  • eenduidig, eenmalig, objectgericht en integraal.

De basis van BIM is een ruimtelijk model, in het algemeen in 3D, met allerlei gegevens en functionaliteiten daaraan gekoppeld.

BIM heeft betrekking op bouwwerken, zowel gebouwen als infrastructurele objecten, zoals wegen en bruggen. Een Bouwwerk Informatie Model kan betrekking hebben op de gehele levenscyclus: van specificatie tot en met buitengebruikstelling. In een BIM worden alle onderdelen van een bouwwerk vastgelegd: ruimten, bouwdelen en installaties. Het gaat om:

  • de structuur;
  • de geometrie;
  • de eigenschappen;
  • het gedrag (zoals uitzetten en inkrimpen, verzakking, veroudering, enz.);
  • en relaties met andere zaken zoals subjecten en documenten.

BIM biedt veel voordelen op het gebied van efficiency, betere data, betere informatie, betere samenwerking en meer kwaliteit.  Denk daarbij bijvoorbeeld aan het herstel van ontwerpfouten in een vroeg stadium van de ontwikkeling, de vastlegging van materiaalgegevens ten behoeve van hergebruik, visualisatie en betere samenwerking.

BIM en Omgevingswet

De vraag is of die voordelen van BIM ook gelden als dat toegepast wordt in het kader van de Omgevingswet. Om die vraag te beantwoorden lopen we de genoemde voordelen eens langs. Het accent ligt op efficiency, de eerste winst!

  • Efficiency

De vraag is of we veel kosten kunnen besparen bij gelijkblijvende of grotere output van goedgekeurde en gerealiseerde bouwplannen. Ik ken geen onderzoek op dit punt en bij mijn weten zijn er ook nog geen onderzoekingen. Maar ik denk dat de kosten van de bevordering van de invoering van BIM ver overtroffen worden door de baten. De eerste winst van BIM ligt hem in het automatiseren van de toetsing. Er bestaan oplossingen op de markt en er komen er steeds meer en steeds betere, die de berekeningen van het Bouwbesluit (straks Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)) uitvoeren, zoals:

  • bepalen benodigde ruimten en afmetingen voor alle gebruiksfuncties;
  • daglichttoetreding;
  • warmteweerstand;
  • ventilatie;
  • geluidwering van de gevel;
  • energieprestatie (EPC en BENG (Energieprestatiecoëfficiënten en Bijna EnergieNeutraal Gebouw; BENG vervangt v.a. 2020 de EPC));
  • en brandveiligheid; denk aan compartimentering en vluchtroutes.

Extra winst wordt geboekt door het toetsen van bouwplannen aan eisen met behulp van 3D omgevingsinformatie (zicht, bezonning, geluidsbelasting, enz.). Het gaat hier om de omgevingswaarden zoals die vastgelegd worden in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en de regels van bevoegde gezagen in hun omgevingsverordeningen resp. omgevingsplan. Dan moet de omgeving wel in 3D aanwezig zijn! Door deze toetsen te automatiseren kunnen zowel de totale ureninspanning als de doorlooptijd enorm gereduceerd worden. Zo kan de doelstelling van de Omgevingswet gerealiseerd worden, die gericht is op een verschuiving van de inspanningen van het bevoegd gezag naar de voorkant van het proces. De rol van toetser van plannen na indiening verschuift naar een rol van adviseur, begeleider en eventueel co-creator in een vroegere fase van het proces. De toetsing vindt eigenlijk al TIJDENS het ontwerpproces plaats, waarin steeds gedetailleerdere ontwerpen getoetst worden aan de (gaandeweg specifiekere) eisen.

Dit gaat echt veel geld opleveren. Maar er kan nog meer verdiend c.q. bespaard worden. BIM biedt de mogelijkheid op een uniforme manier bouwwerkinformatie vast te leggen, bijvoorbeeld in een digitaal bouwwerkdossier. In een bouwwerkdossier wordt allerlei informatie op een gestandaardiseerde wijze gerelateerd aan een centraal bouwwerkmodel.

Het Bouwwerkdossier kan systematisch opgebouwd worden vanuit de fasen ontwerp, bouw, beheer en handhaving. In het kader van de Omgevingswet, maar ook daarbuiten, gaat heel veel bouwwerkinformatie om binnen de gemeenten en in de netwerken en ketens, waarin gemeenten opereren. Met op BIM gebaseerde bouwwerkdossiers zou een enorme efficiencyslag gemaakt kunnen worden. Het zou nuttig zijn dat eens te onderzoeken. Laten we eens onderzoeken hoeveel tijd de gemiddelde ambtenaar op zoek is naar bouwwerkinformatie. Voor zijn of haar eigen werkproces, voor een collega of voor een initiatiefnemer die een gebouw wil realiseren. Een voorbeeld: onlangs stond er in de krant, dat het niet mogelijk is gebleken een inventarisatie van mogelijk risicovolle gebouwen op te leveren, vergelijkbaar met de in mei 2017 ingestorte parkeergarage bij Eindhoven Airport. Met een adequate digitale registratie zou dit toch anders kunnen zijn. Overigens is het realiseren van zo’n bouwwerkdossier een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheid en de betrokken sectoren in bouw en vastgoed. Wat dat betreft is het goed, dat de bouw- en installatiesector werkt aan een gemeenschappelijk digitaal stelsel.

Winst kan er ook ontstaan in de uitwisseling van BIM en GIS. Hierdoor zouden de BAG en de BGT theoretisch geautomatiseerd vanuit BIM’n gevuld kunnen worden. En de architect zou van de gemeente de gegevens uit de basisregistraties, gekoppeld aan de te stellen omgevingseisen in de open BIM-standaard IFC aangeleverd kunnen krijgen. Uit recent onderzoek van de Technische Universiteiten Delft en Eindhoven is gebleken dat er zowel technisch als begripsmatig nog wel de nodige afstemming plaats moet vinden.

Uiteindelijk willen we een situatie, waarin bouwwerkmodellen geïntegreerd zijn in een omgevingsmodel.

  • Betere data

BIM’n leveren op zich al betere data. Als er gewerkt wordt volgens standaarden hebben deze enorme meerwaarde, omdat ze vergelijkbaar, uitwisselbaar en aggregeerbaar zijn. Zo kun je met BIM’n van een aantal referentiewoningen de milieuprestaties van complexen en gebieden inschatten, gebaseerd op GPR, de Gemeentelijke PraktijkRichtlijnen.

  • Betere informatie

Betere data leveren betere informatie. BIM-functionaliteit en aanpalende applicaties helpen om nog betere informatie te genereren. Deze betere informatie helpt in alle fasen van de levenscyclus.

  • Betere samenwerking

BIM centraliseert de ruimtelijke informatie over bouwwerken. Je kunt er samen aan werken.

  • Meer kwaliteit

Door betere toetsing, betere data en informatie wordt de consistentie van de plannen bevorderd. Er is meer zicht op de resultaten. Maar voor echte kwaliteit zijn natuurlijk altijd goede planners, architecten, stedenbouwkundigen en bouwers nodig!

Ik ben ervan overtuigd, dat BIM de verbeterdoelstellingen van de Omgevingswet – inzichtelijkheid, integraliteit, flexibiliteit (participatie) en snelheid  – dichterbij brengt.

BIM op omgevingsniveau

Er is echter nog een veel radicalere mogelijkheid BIM toe te passen dan alleen maar het gebruik van modellen van gebouwen, infrastructuur en installaties. Je kunt de manier van denken toepassen op de omgeving: steden, dorpen, wijken, buurten, straten. Je krijgt dan een soort BIM op omgevingsniveau, een Omgevingsmodel.

Uitgangspunt is hier de beleidscyclus van de Omgevingswet. Deze loopt van beleidsontwikkeling via uitvoering naar terugkoppeling. Binnen de cyclus worden de instrumenten van de Omgevingswet toegepast zoals de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening, bij gemeenten Omgevingsplan geheten.

In een Omgevingsmodel worden alle onderdelen van een ruimtelijk systeem vastgelegd: ruimten, verkeersnetwerken, gebouwen, wegen, installaties. Het gaat hier net als bij een BIM op bouwwerkniveau om:

  • de structuur;
  • de geometrie;
  • de eigenschappen;
  • het gedrag (bijvoorbeeld het groeien van een stad of het verouderen van wijken);
  • en relaties met andere zaken zoals subjecten en documenten.

Niet op het niveau van het individuele bouwwerk, maar op het niveau van het ruimtelijk systeem, bijvoorbeeld een stad. Diverse gemeenten werken al aan zulke modellen, bijvoorbeeld Den Haag. Zie het filmpje Stip op de horizon – dynamisch 3D model. Bij dit niveau past een eigen open gegevensstandaard, CityGML.


VNG Pilotstarter

De VNG stimuleert innovatie met behulp van zogenaamde pilotstarters. Op initiatief van BIM loket zijn er onlangs een tweetal onderling samenhangende pilots gestart:

  • Routekaart BIM in gemeenten. In meerdere domeinen van de gemeente kan BIM van belang zijn: fysieke leefomgeving (Omgevingsvisie, Omgevingsplan, VTH), beheer en opdrachtverlening openbare ruimte, beheer en opdrachtverlening gebouwen, informatievoorziening, publieksdiensten en sociaal domein. Voor ieder van die domeinen worden mijlpalen benoemd en in onderlinge relatie in de tijd geplaatst. De model-routekaart kan door iedere gemeente naar haar eigen situatie vertaald worden in een routekaart BIM.
  • Samenwerken met BIM. Hierin worden kennis van en ervaring met BIM tussen gemeenten op regionaal niveau gedeeld. Deze pilotstarter vindt plaats in twee regio’s: Arnhem en Alkmaar.

Gemeenten kunnen nog deelnemen. Op 31 januari 2019 zal een slotconferentie worden gehouden in het Stadhuis van ’s-Hertogenbosch.


Afsluitend

Mijn stelling is dat BIM een onmisbaar hulpmiddel voor de implementatie van de Omgevingswet. Er dient nog wel aan een aantal voorwaarden gewerkt te worden:

  1. De open BIM-standaard IFC zou moeten behoren tot de indieningvereisten voor de Omgevingsvergunning. Dat moet z.s.m. (wettelijk) geregeld worden.
  2. BIM is de basis voor bouwwerkinformatie in de Omgevingswet.
  3. Er dient een InformatieModel Bouw ontwikkeld te worden, een IMBO, zijnde een standaard voor digitale bouwwerkdossiers.
  4. Er dient een InformatieModel Omgeving ofwel IMO tot stand te komen, een standaard voor omgevingsinformatie t.b.v. de Omgevingswet. Een aanzet is overigens al te vinden in het Conceptueel Informatiemodel van het DSO.

Meer weten?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Hein Corstens, adviseur bouw- en geoinformatie bij CORSTENS informatiearchitectuur, via tel. nr. 06 55 3822  88 of via e-mail: hein@corstens.nl. Hein helpt bedrijven en overheden BIM op een effectieve manier in te voeren en te gebruiken. Hij is projectleider van het project Routekaart BIM in gemeenten van de VNG.

Hein Corstens

Plaats een reactie

Reageren? Deel hier uw mening. Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Terug naar overzicht